Jan Soldaat

Jan Soldaat

Iedereen die in het leger heeft gediend, dienstplichtig of beroepsmatig, is “Jan Soldaat”. De rang en rol maakt niet uit. Op een of andere manier zijn ze een oorlog ingezogen. Ook degene die er ongeschonden en goed uit komt, loopt schade op. Er zijn altijd herinneringen die de rest van het leven worden meegenomen. Positieve ervaringen, maar ook veel de negatieve ervaringen. Een oorlog laat sporen na, in ieder mens. In een oorlog is iedereen in het leger uiteindelijk “Jan Soldaat”.

Een van de voornamen van mijn vader was Jan. Binnen de familie liepen of lopen wel vijftien mannen rond die Jan heten met dezelfde achternaam, vaak in combinatie met meerdere voornamen zoals Henk. Wat dat betreft een weinig creatieve familie. Ook mij is dat lot beschoren. Mij vader was dus letterlijk, maar ook figuurlijk “Jan Soldaat”, net als al die mannen die Kees, Henk, Harrie en noem maar op heten.

Een verhaal als voorbeeld

Herinneringen aan Indonesie - Arbeitseinsatz

Arbeitseinsatz

Mijn ouders hebben zich door de oorlogen wat later leren kennen. Mijn ouders waren dus gemiddeld tien jaar ouder dan mijn leeftijdsgenoten. Mijn vader was extreem streng opgevoed, en door anderen werd dat ook wel onrechtvaardig streng genoemd. Dat is niet goed voor iemand die juist heel zachtaardig en gevoelig is. Op gegeven moment werd hij zeventien jaar in de Tweede Wereldoorlog. Om aan de Arbeitseinsatz te ontkomen, heeft hij iets van twee jaar bij familie met zijn twee en een half jaar jongere broer op boerderijen ondergedoken gezeten. Een tijdje samen op dezelfde boerderij, later ook gescheiden van elkaar. Overdag werkte hij voor het oog mee als knecht op de boerderij. Maar bij gevaar moesten ze zich verschuilen. Dat gebeurde ook in een schuur voor karren en dergelijke die ongeveer een kilometer van de boerderij stond. Ze verschuilden zich onder de vloer van de schuur, dus als het ware onder de grond. Mijn oom heeft wel eens verteld dat mijn vader dan heel bang was. Hij moest als jongere broer zorgen dat mijn vader van angst niet in paniek raakte. Wat dat betreft waren ze totaal anders.

Na de tweede wereldoorlog

Na de Tweede Wereldoorlog ging mijn vader aan de universiteit studeren. Door het overlijden van zijn moeder heeft hij een studiejaar niet gehaald. Hij heeft toen zijn studie vervolgt op de toenmalige HBS. Echter, dat werd als een onderbreking van de studie gezien, en werd hij opgeroepen voor de militaire dienst. En toen verging het hem als zovelen. Op 2 maart 1948 kwam ging hij in militaire dienst, en na een vooropleiding in Nederland vertrok hij op 4 augustus 1948 naar Indonesië. “Op de boot en we zien wel wanneer en of je terugkomt”. Zo ging het heb ik begrepen. Op 18 juni 1951 kwam hij terug.

Het kwartje

In de laatste aflevering van de documentaire Onze jongens op Java vertellen de veteranen dat er na de terugkeer niets geregeld was, en er werd niets voor hen gedaan. Een van de terugkomers kreeg een appel en een fiets. Een appel van de lokale groenteboer als bedankje (waarschijnlijk goed bedoeld, wist die man veel) en een fiets van de overheid. “Dan kun je weer aan het werk jongen, en nu verder niet zeuren”. Van PTSS hadden ze nog nooit gehoord, maar velen hadden het wel.

Kijk naar onderstaand artikel, selecteer voor een betere weergave, uit de Tubantia van 18 februari 1989. Haaksbergen was rond de jaren vijftig niet meer dan een groot dorp. Dit dorp leverde 158 soldaten, wat heel veel is voor dit dorp in die tijd, waarvan er 3 niet zijn terug gekomen. Statistisch gezien zijn er weinig gesneuvelden uit Haaksbergen. Bijna veertig jaar later sloot de overheid, en duidelijk ook de toenmalige bestuurders van Haaksbergen, de ogen voor dit drama. Hoe onbeschoft ondankbaar kun je als overheid zijn, voor mensen die deze strijd voor je hebben geleverd, en hun leven hebben gegeven?

Wat is er nog?

Aan Materiaal is er nog weinig over. Het fotoboek van mijn vader met op de omslag de tekst “Herinneringen aan Indonesië”. Zie hiervoor de banner van deze website, waarin het logo op de voorkant is verwerkt in een bladzijde uit de binnenkant. Een uitgave van “Stoottroepers, een jaar in de Tropen”, wat een jubileumuitgave is van het 401ste Bataljon Infanterie over de periode 4 augustus 1948 tot 4 augustus 1949. Een artikel over veteranen in Haaksbergen uit de Tubantia van 18 februari 1989. Een artikel over het vertrek met de boot naar Indonesië (Indië) uit de Tubantia van 7 juli 1990. Een artikel over de reünie van de veteranen van zijn bataljon uit het Eindhovens Dagblad van augustus 1998. En het artikel van negen pagina’s “Herinneringen aan de militaire dienst in Indonesië” door mijn vader zelf geschreven gedateerd augustus 1999.

Het geanonimiseerde fotoalbum kun je inzien door de afgebeelde omslag te selecteren. Bij het openen van het fotoalbum moet je soms even een paar seconden geduld hebben, want het is een wat groter grafisch bestand. Het geeft een goed beeld van de situatie in die tijd. De jubileumuitgave is van het 401ste Bataljon Infanterie is nog niet gedigitaliseerd. Maar we weten ook niet of we dat gaan doen. Het is een uitgave van achtenvijftig pagina’s, en het staat vol met namen en details die eerst geanonimiseerd moeten worden.

Herinneringen aan Indonesie - Fotoalbum
Herinneringen aan Indonesie - Stemmen uit Nederland

Stemmen uit Nederland

Post was lang onderweg, en bellen met het thuisfront was niet mogelijk. Daarom verzorgde de dienst Welzijnsverzorging ervoor dat familie in Nederland een singeltje kon inspreken, dat naar de soldaat werd gestuurd. De gehavende hoes van het singeltje voor mijn vader zoals hiernaast afgebeeld is er nog. In de onderstaande opname uit 1949 hoor je onder andere zijn moeder, zijn broer en een vriend.

Eigen artikel uit 1999

Van mijn moeder heb ik begrepen dat iemand mijn vader had verteld dat hij er over moest praten en hem het boek “Vertel het je kinderen, veteraan!” (EAN: 9789051941937) had gegeven. Naar aanleiding daarvan heeft hij het laatstgenoemde artikel geschreven. Hij heeft het aan mij, mijn zus, zijn broer en ik denk nog enkele personen gegeven. Ik weet nog dat hij het mij schromelijk overhandigde, typisch zoals hij was. Terughoudend en voorzichtig in alles.

Ik wist niet goed wat ik met het artikel moest. Het zij mij eigenlijk niets. Het was net zo algemeen als hij er bij uitzondering wel eens over vertelde, alleen dan chronologisch uitgeschreven in een artikel. Ik kon het heel goed met zijn jonger broer, mijn oom, vinden. Dat was een soort surrogaat vader die wel aandacht gaf, luisterde, mij wat leerde, en lied zien dat ik er mocht zijn. Daarnaast hadden we dezelfde humor. We waren beide dol op woordspelingen en metaforen. We hebben het altijd heel goed met elkaar kunnen vinden. Hij vroeg wat ik van het artikel vond. Ik gaf aan dat ik niet wist wat ik er mee moest. “Klopt zij hij, het is een artikel alsof hij op schoolreisje is geweest, en het was alles behalve dat, dat kan ik je garanderen”.

Mij is verteld dat mijn vader bij het eerste gevecht in de jungle vreselijk in paniek is geraakt. Daarmee was hij niet alleen een gevaar voor zichzelf, maar ook voor de rest van het bataljon. Hij is daarna als kodist achter de linies geplaatst. Daar bleek hij al gauw heel erg goed in te zijn, en werd daar onmisbaar. Hij kon niet alleen heel snel tekst omzetten in morse, maar ook omgekeerd. En hij kon onderschepte morseberichten van de vijand ontcijferen en analyseren. Zo kon men goed inschatten of zelfs weten wat de vijand deed of van plan was. Dan ben je voor een leger ook van onschatbare waarde. Mijn vader was dan ook een expert in het programmeren in binaire code op de universiteit waar hij nagenoeg de rest van zijn carrière heeft gewerkt. Hij was de enige docent die dat zo goed kon, en die het ook nog kon overbrengen op de studenten. Mijn vader was een lopend algoritme.

En toen viel er een kwartje. Hij doet alsof hij er over wil praten en het werkelijke verhaal verteld, maar dat kan hij niet. En wie durft hem dat kwalijk te nemen? Wie ben ik om daar over te oordelen.

Het is wat het is

Wat is er nog meer over van die oorlog? Heel, heel veel. Trauma wordt van generatie op generatie doorgegeven, en dat schijnt lang door te kunnen gaan. Feit is dat ik de eerste generatie ben na de Indonesiëgangers.

De emotionele band die ik met hem had moeten hebben, en ook had willen hebben, is er nooit geweest. Met anderen had hij die wel, maar voor mij was mijn vader letterlijk “Die man die het vlees komt snijden”. Ik heb daar veel last van gehad, maar sinds een jaar of tien begrijp ik het en heeft het een plek.

Ergens twee dagen voor zijn overlijden heb ik hem nog een kus op zijn hoofd gegeven, en dat was het. Mijn vader was te zachtaardig, te beschadigd en zeer betrokken humanist voor zijn omgeving en heel intelligent, ook op het sociale vlak. Want zijn sociale kring was daardoor groot. Voor de uitvaart vroeg de uitvaartleider dat als mijn vader in een orkest zou spelen, welk instrument hij zou spelen. Viool, de drums, klarinet? Ik zei “Nee, hij was voor mij de stilte tijdens de pauzes”. En zo was het. Maar wie ben ik om hem kwalijk te nemen voor wie hij was.

Neem ik mijn vader dit kwalijk? Vroeger wel, en al een tijd niet meer. Dit laatste komt omdat ik het ben gaan zien en begrijpen. Wie ben ik om mijn zachtaardige vader die beschadigd was door twee oorlogen hiervoor te veroordelen?

Trauma

Ik heb lang gedacht dat ik er niets aan over had gehouden. Totdat ik een jaar of dertig was, en iemand vroeg waarom ik altijd om erkenning vroeg. Dat kwam binnen. Ik besefte mij ineens dat ik altijd op zoek was naar erkenning, de erkenning die ik nooit van mijn vader als zoon heb gehad. Ik besefte mij vrijwel meteen dat dat trauma was, en waar het vandaan kwam. Het vergeten kind, dat was ik. Ik heb daar een tijd mee geworsteld en ben er ook heel bewust mee bezig geweest om het af te leren. Dat was lastig, maar ik denk dat het mij aardig is gelukt.

Tien jaar geleden heb ik een ernstige depressie gehad. Ik heb eerder in mijn leven drie tamelijk zware depressies gehad die enkele maanden konden aanhouden, maar dit was de depressie der depressies. Twee jaar lang zat ik mentaal ergens in de donkerste kelder die je je maar kunt voorstellen, en waar het luik naar buiten zat wist ik niet. En als ik dat wel wist, dan deed ik dat niet open. Dat voelt veilig, maar is het natuurlijk niet. Na nog een jaar lichamelijk en mentaal herstel was ik er weer, maar wel volledig afgekeurd.

In die twee jaar van depressie trok mijn hele leven aan mij voorbij. Mensen in een depressie piekeren als het ware vierentwintig uur per dag, maar ze denken ook heel veel na en lang niet alles daarvan is irrationeel. Ik zag een aantal dingen ook heel rationeel. In die depressie werd ook veel duidelijk. Zo’n depressie zal ik niemand toewensen en ik doe hem ook niet nog eens over, en toch zie ik hem als “mijn redding”. Er is mij heel veel duidelijk geworden over de situatie vroeger bij ons thuis, en ik heb daardoor dingen kunnen afsluiten. Er was lucht, en ik sta behoorlijk anders in het leven. Ik denk ook dat ik ben geboren met de instelling dat mijn glas is meestal meer dan half vol is. Dat scheelt een slok op een borrel in moeilijke tijden.

Herinneringen aan Indonesie - Trauma Angst netwerk

Trauma blijft

Tien jaar lang heb ik nagenoeg niet aan de situatie van vroeger bij ons thuis gedacht. Ja, soms natuurlijk zoals iedereen dat doet, maar niet op een traumatische manier. Daar was ik overheen, dacht ik. Het is wat het is dacht ik dan, en gevoelsmatig haal ik mijn schouders erbij op.

Een jaar geleden bij twee ontmoetingen werd mijn gevoel bij de situatie bij ons thuis weer getriggerd. Ik was vooral boos, maar ik heb mij op de vlakte gehouden. Ik was niet gewend in die situaties rationeel te handelen en te reageren, en niets zeggen en het ondergaan is dan het veiligst. Ik sloeg weer dicht, omdat ik niet anders wist. Ik ben wel boos gebleven, maar heb er niets mee gedaan. De afgelopen periode deden zich in totaal andere omgevingen weer twee gebeurtenissen voor, die ik niet kon verkroppen.

Ziedend was ik. Drie dagen lang was ik ziedend. Het lied mij niet los en ik had er veel last van? Maar ik vroeg mij ook af waarom ik hierom nu zo ontzettend kwaad was en waarom ik het niet kon loslaten? Waar ging het nu eigenlijk helemaal om? Ik kan heel goed bij dingen mijn schouders ophalen en er zelfs om lachen. Mij maak je niet zo gauw gek. Maar dit?

En toen zag en begreep ik het. Uitsluiten. Ik werd uitgesloten net als vroeger door mijn vader en thuis. Ik hoef niet gehoord te worden, maar sluit mij niet uit. Dat stuk is toch nog niet helemaal verwerkt. Daar zit nog trauma. Het verklaarde meteen veel. De dag na dit besef was de woede weg. Ik was zelfs opgelucht. Nu kan ik er iets mee. Alleen al dit besef heeft op dit moment voor mijn gevoel dit waarschijnlijk laatste stuk van het trauma geheeld. Of dat zo is, zal ik bij de volgende uitsluiting ervaren. Maar ik hoop dan in ieder geval wel het rationeler te kunnen ervaren. En zoals mijn aard is, ga ik er iets positiefs mee doen zoals deze website.

Tot slot

Ik heb niet te maken gehad met fysiek geweld, maar met emotionele verwaarlozing. Voor mij is dit trauma een litteken dat soms even jeukt, en na het krabben is dat weer weg. Maar er zijn velen van mijn generatie die vele malen erger hebben meegemaakt en er nu nog onder lijden. Voor hen is het een open wond waarvan ik hoop dat die zal genezen, of dat men het toch een plek kan geven, en dat deze website hier aan mag bijdragen.